Hoe mijnheer Prikkebeen op reis gaat en per schip Europa verlaat

En toen hij nu reizen ging,
Wat was 't eerste, dat hij ving?
In zijn net een.... grenadier,
In zijn hoed een.... vrouw. Getier
En geschimp was 't geen gebrek;
Iedereen hield hem voor gek.






Maar tot laat nog in den nacht
Houdt hij vol toch met zijn jagt,
Tot een katuil, schuw door 't licht,
Hem komt vliegen in 't gezigt.
Dat maakt aan het spel een end
En hij zoekt een logement.



Eindlijk, na een dag of twee,
Komt hij aan het strand der zee,
‘Waar een schip juist zeilreê ligt.
Bij dat heugelijk gezigt
Juicht heer Prikkebeen het uit
En neemt aanstonds een besluit.
In een bootje roeit hij voort
Naar het groote schip aan boord;
Vrolijk zwaait hij net en hoed
‘Holland’ roept hij, ‘wees gegroet!
'k Lach nu met zus Ursula,
En ga naar Amerika!’



Ach, pas komt hij aan op 't schip,
Of.... wie krijgt hem bij zijn slip?
Zijn lief zustertje Ursula
Was gereisd hem achterna,
Zag, hoe hij naar boord vertrok,
En pakt hem nu bij zijn rok
En ze huilebalkt en schreit,
Tot hij haar heeft toegezeid,
Af te zien zijn leven lang
Van zijn dwaas kapelgevang. -
Prikkie kuijert stil en stom
Met haar op het schip wat om.



Ursel speelt tot zijn pleizier
Blindeman met broerlief hier,
En de onnoozle sukkel tast
Zoekend rond.... potsierlijk was 't!
Tot hij eindlijk als zijn buit
Ursula in de armen sluit.






Thans is Ursel blindekoe;
Stijf trekt hij den doek haar toe,
En wipt toen met zachten stap
De kajuit uit langs den trap.
Ursula blijft dus alleen
En zoekt vruchtloos Prikkebeen.



Op het dek staat hij daar zoo
En zucht klaaglijk Och en O!
Omdat hij niet meer voortaan
Op de vlinderjagt mag gaan. -
Kijk, zijn oogen rollen wild
En tot zelfs zijn neus toe trilt





Onderwijl zit Ursula
Nog maar altijd broerlief na;
Maar, al zoekt zij al haar best,
Nergens vindt ze iets, tot ze op 't lest
Zich den doek van de oogen trekt
En geen spoor van hem ontdekt.

Wie dolgraag de verdere avonturen van mijnheer Prikkebeen wil lezen, mag dat hier doen. Ik wil niet zomaar alle verhalen van het internet plukken. Dat mag ook niet, bij mijn weten. Veel leesplezier.

1 opmerking:

  1. Achèrm, zeggen ze in Brabant... die arme jongen ! Hij kwam maar niet van zijn zusje af...
    Dat is nog het mooiste: Dag mijn zuster, Ursula! Ik ga naar America....! Maar het mocht niet baten, begrijp ik nu...

    BeantwoordenVerwijderen