Ingewikkelde kleine meisjes

Vanaf  “Aap … Noot … Mies …” ben ik al verslingerd aan lezen. Tot ergernis van mijn moeder, die niets met boeken had. Voor haar was ik onbereikbaar in mijn boekenwereld. Mijn vader is overigens wel een boekenwurm.

Op zondagmiddag zat ik vaak midden in een spannend boek op het moment dat mijn vader een stukje wilde gaan wandelen. Hij informeerde dan of er nog iemand zin had in een ommetje. Eerst in de woonkamer, waar mijn moeder en broertje zaten, maar dat waren niet van die wandelaars, daarna in mijn kamer waar ik meestal zat te lezen.

Dilemma: het boek is spannend ... ik wil verder lezen; ik wil met pappa mee ... dat is zo gezellig met z’n tweetjes.

Mijn vader reageerde altijd heel begripvol en zei dat ik zelf moest bepalen wat ik liever wilde. Had hij dat maar niet gezegd! Ik weet vaak helemaal niet wat ik wil.
“Ik wil wel mee, maar ik wil ook graag doorgaan met mijn boek.”
“Prima meisje, geen probleem, lees jij maar lekker verder.”

Hij deed zijn jas aan, pakte wat oud brood en pinda’s voor de meesjes en eekhoorntjes en vertrok.
De voordeur sloeg dicht ….. ik werd onrustig .…. hij liep alle 7 trappen af ….. ik werd nerveus ….. kon me niet meer concentreren op mijn boek ….. “arme pappa helemaal alleen” ….. snel mijn jas aan ….. 7 trappen afrennen ….. helemaal overstuur ….. en ja, daar liep hij in de verte ….. “pappa!” ….. hij hoorde me niet ….. “PAPPA!”

Wanneer ik hem dan eindelijk had ingehaald, buiten adem en in tranen, reageerde hij verbaasd en geschrokken. Ik had toch voor mijn boek gekozen?

Och, wat zitten sommige kleine meisjes toch ingewikkeld in elkaar……..

2 opmerkingen:

  1. Dat van die papa herken ik dan weer niet ;) maar dat van het lezen maar al te goed.

    Ken je deze al? Gedichtje van Ida Gerhardt:

    Onvervreemdbaar

    Dit wordt ons niet ontnomen: lezen
    en ademloos het blad omslaan,
    ver van de dagelijksheid vandaan.
    Die lezen mogen eenzaam wezen.

    Zij waren het van kind af aan.

    Hen wenkt een wereld waar de groten,
    de tijdelozen, voortbestaan.
    Tot wie wij kleinen mogen gaan;
    de enigen die ons nooit verstoten.

    BeantwoordenVerwijderen