Avontuur in de Randstad

Wij woonden in een flat aan de rand van Den Haag en keken uit over de weilanden richting Leiden. Mijn vriendinnetje Carla en ik gingen graag met kaplaarzen, zakmes en wat lekkers voor onderweg al slootje springend de polder in. Na zo’n slootje of vijf kwamen we bij een klein eilandje met struiken en bomen.
Dat was ons eilandje, besloten wij en doopten het heel origineel Carma. We bouwden een bruggetje van boomstammen en voelden ons echte pioniers.

Een enkele keer namen we een pan, aardappels, boter en zout mee. Dan maakten we een vuurtje en bakten een paar aardappelschijfjes. Nergens smaakte dat zo lekker als op ons eigen eilandje, ook al waren ze half rauw en half verbrand. We genoten ook als we op ons rug in het gras lagen en elkaar vertelden wat we allemaal voor dieren of gezichten in de wolken konden ontdekken. 

Het was helemaal te gek, wanneer het weer plotseling omsloeg. Donkere wolken, aantrekkende wind, regen en een dreigend onweer. We hadden natuurlijk geen mobieltjes en wisten dat er thuis ongerust op ons werd gewacht. Bij thuiskomst voelden wij ons heldinnen. Drijfnat, koud, moe, maar zo ongelooflijk voldaan.

Onze moeders waren alleen maar blij, dat we weer heelhuids thuis waren en snapten niet echt wat ons nou zo aantrok in die natte, koude poldertochten. Ach, we zochten gewoon een beetje avontuur als tieners in een nieuwbouwwijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen