Autobiografietje - deel 7

De pijnstillers werden alsmaar sterker. Morfinepleisters, pillen, nog kwam de pijn erbovenuit. Ik was compleet groggy van de opiaten en moe, zo verschrikkelijk moe. Bezoek, telefoontjes, bloemen, mailtjes en kaarten stroomden binnen. Jeetje, ik had nog geen idee wat een impact dit alles op mijn omgeving zou hebben.
Ik had altijd geroepen:”Als ik kanker krijg, ga ik nooit aan de chemo! Ik ga liever gewoon dood”. Het is zo mensonterend. Te vaak gezien en van dichtbij meegemaakt. CHEMO was mijn grootste nachtmerrie.
We hebben heel veel gepraat. Met artsen, vrienden en familie, maar vooral met elkaar. Als ik niets deed, zou de pijn alleen maar toenemen en was het binnen enkele maanden afgelopen. We hebben bij de notaris en huisarts euthanasieverklaringen getekend.
Ik ben niet bang voor de dood. Nooit ziek geweest - 52 heel gelukkige jaren gehad – schiet mij maar lek! Daar dacht mijn omgeving toch heel anders over. Ze respecteerden mijn besluit, maar ik mocht eigenlijk helemaal niet weg …..…... Mijn vader en mijn man hebben uiteindelijk de doorslag gegeven. Alleen al voor die twee mocht ik de moed niet opgeven. Na een paar weken besloot ik - met de moed der wanhoop - de behandeling een kans te geven. Ze haalden opgelucht adem.

Vanaf half april tot eind mei kreeg ik alle weekdagen bestraling in Turnhout en 1 op de 5 dagen een chemokuur. In het begin kroop ik de tafel op en moest door 2 mensen ondersteund worden als ik door de gang naar de chemo afdeling hobbelde. Ik zag de wereld aan voor een doedelzak, zo ziek als een hond en zo slap als een vaatdoek. Waarom mocht ik niet gewoon in een hoekje gaan zitten en met rust gelaten worden? Na 3 weken heb ik de chemo uit het pakket laten halen. Ik zou doorgaan met bestralingen en wat ze maar wilden, maar 3 keer chemo was mijn limiet. De radiotherapeut stemde hier schoorvoetend mee in. Hij zag waarschijnlijk heel goed, dat ik op mijn tandvlees liep.

Half mei begon het tij te keren. Op de scan bleek dat de tumor slonk, de pijn was onder controle en ik begon als een speer mijn medicatie af te bouwen. Elke dag een pilletje minder, pleister 100 vervangen door 75, daarna 50 en 25. Ik wilde mezelf weer terug. Weg met die zombie! Op 25 mei verwijderde ik mijn laatste pleister. Joepie!

Dr. Martens, de radiotherapeut, had een onderonsje gehad met zijn leermeester Professor van Limbergen in Leuven. Omdat ik zo goed reageerde op de bestralingen, kreeg hij mij voor een VIP behandeling in het UZL ertussen geschoven. Het moest allemaal snel gebeuren. Het totaal van alle soorten bestraling moest binnen 55 dagen worden gegeven. Dag 1 was 17 april …. de tijd drong…..
Op 29 mei werd ik in het UZL opgenomen en de dag erna werd onder narcose mijn “UFO” geplaatst. Inwendige driedimensionale brachytherapie. Ik lag in een kamertje met naast mij het “Moederschip”, dat logisch met draden aan mijn “UFO” was verbonden. De bedrading werd gecontroleerd door een fysicus en de computer in de gang werd ingesteld door een programmeur. Mijn 62 uren gingen in. Elk uur werd er 20 minuten intensief bestraald. Piepjes gaven de tijd aan, iedereen moest de kamer uit en de deur ging hermetisch op slot.
Ik was de 45ste patiënt ter wereld, waarbij deze behandeling tegen baarmoederhalskanker werd toegepast. Nou dan ben je een VIP hoor, neem dat van mij aan. Ook een ZEP (zeer eenzaam persoon). De telefoon was mijn lijn met de buitenwereld. Lezen of puzzelen lukte niet. De tv kon me niet boeien. Recht tegenover mijn bed hing een grote klok, die ook nog eens luid tikte. KUTKLOK. De minuten kropen voorbij. Ik lag op mijn rug vastgepind met een ontzettende spannende “broek” van bruine tape. We hebben allemaal wel eens onze fantasieën, maar dit avontuur was in mijn stoutste dromen nog niet voorgekomen.
Zondagmorgen om half 7 zaten alle 62 uren erop en 3 uur later werd ik (zonder verdoving) verlost van mijn “5e kind”. Nou; dit exemplaar mochten ze houden en ik heb ook niet getrakteerd op beschuit met muisjes. Lekker puh! Robbert kwam mij halen en om 1 uur waren we thuis. Heerlijk .. zalig .. verrukkelijk .. thuis bij mijn man. Het was lente, de vogels floten, de zon scheen.

In verband met het krappe tijdschema moesten de resten van wat een mens aan bestraling mag hebben voor 12 juni worden gegeven. Na een heleboel knap rekenwerk van Dr. Martens spraken we af, dat ik meteen die maandag na thuiskomst aan mijn laatste 7 porties zou beginnen. Die werden puur op de lymfeklieren gericht. Voor alle zekerheid. Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, wie mag ik een zoentje geven? Ik kon de hele wereld wel zoenen na die allerlaatste bestraling.
We namen de 12de een grote doos bonbons mee voor al die schatten van verpleegsters van Radiologie. In het aansluitende gesprek met Dr. Martens vroegen we of dit alles alleen maar palliatief bedoeld was of mochten we nu heel voorzichtig op iets meer hopen? Ja, dat mochten we. De tumor was niet meer op de scan te vinden. Ik hoorde misschien wel bij die 10%, die stadium IVa overleven. Dat zou natuurlijk in de komende maanden en jaren pas worden bewezen. Controles bleven belangrijk. Hoe langer het goed blijft gaan, des te groter de kansen worden. Logisch.
Dertien kilo lichter en met beschadigde darmen begonnen we - stapje voor stapje, dag na dag - weer voorzichtig te genieten. Het duurt lang voor je de zorgen een beetje kunt vergeten en voordat je je lijf weer een beetje vertrouwt. Maar allemachtig: IK BEN ER NOG.

4 opmerkingen:

  1. Ik ben er stil van en haal maar eens diep adem,PFFFF

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Nou Marja ............ wat een reis heb jij moeten maken ...... chapeau. Maar: je bent er nog!! Groetjes, Inge

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Andere ziekte, andere behandeling en toch heel herkenbaar. Vooral de emoties. Die klok was ook mijn vijand, want ik lag iedere nacht vanaf een uur of 3 wakker. En wat gaan die wijzers langzaam.........
    In jouw deel 8 herken ik ook zoveel!!!

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Dankjewel, Inge en Marion.
    Dit zijn periodes in je leven die je nooit meer vergeet. Periodes waarin je zoveel wijze lessen leert en je hele wereld op zijn kop staat.
    Het blijft je altijd bij.

    BeantwoordenVerwijderen