Zwijmelen op zaterdag 219






Zwijmel even heerlijk mee met deze romantische muziek en beelden.

Ik wens iedereen een prachtig, harmonieus weekend.

Uit de oude doos


Al bladerend door mijn blog kwam ik dit vervolgverhaal uit 2011 tegen.  Veel lezers van toen zijn uit blogland verdwenen, andere lezers haakten pas later aan.
Voor die tweede groep plaats ik het verhaal nogmaals.


Deel 1

Stipt om 8 uur sprong Sjoukje uit bed, zo in haar pantoffeltjes en warme ochtendjas. Het zonnetje kwam net op. Ze had zin in deze nieuwe dag. Haar eerste actie was een druk op de knop van het koffiezetapparaat, dat meteen gehoorzaam begon te pruttelen. Intussen nam ze haar medicijnen in, checkte de e-mail, vulde de dagelijkse spellingtest in en las even later de nieuwste blogberichtjes onder het genot van de eerste kop koffie en sigaret. Ze was een gewoontedier en dit hoorde bij haar dagelijkse ritueel. De radiatoren tikten gezellig en het huis warmde zich langzaam op.

Precies om 9 uur schonk ze haar tweede kop koffie in en wandelde met haar puzzelboekje en potloodje naar de wc. Ook daarin was ze een gewoontedier. De douche volgde een kwartiertje later en om half 10 zat ze aangekleed voor haar toetsenbord. De dag strekte zich maagdelijk voor haar uit. Wat zou ze vandaag eens gaan doen? Een verhaal schrijven of een partijtje scrabbelen? Ach, waarom niet allebei? Zij was tenslotte eigen baas en hoefde aan niemand verantwoording af te leggen. Het was een goede beslissing geweest om haar eigen bedrijfje te starten. Dat had ze jaren eerder moeten doen.

Dankzij de computer was er een compleet nieuwe wereld voor haar opengegaan. Ze verdiende geld zonder daar veel moeite voor te hoeven doen. Kopen en verkopen via het internet. Het was zo eenvoudig. Ze koppelde advertenties van “gevraagd” aan die van “aangeboden” en ontving provisie voor de bemiddeling. De meeste mensen hadden weinig tijd of zin om zich in de materie te verdiepen. Zodoende fungeerde zij als intermediair en waren alle partijen over het algemeen tevreden. Dit kon ze nog jaren volhouden ongeacht haar gezondheid of mobiliteit, tenzij ze onverhoopt zonder internetverbinding zou komen te zitten.

Ze ontdekte een partij thermosflessen die voor een habbekrats werd aangeboden. Vijfhonderd stuks voor maar duizend euro. Dit was een echte uitdaging en ze ging naarstig op zoek naar potentiële gegadigden. Na een half uur vond ze een koper in Duitsland. De enige voorwaarde die hij stelde was persoonlijk contact. Hij was bereid vijfduizend euro te betalen wanneer ze de partij zelf kwam afleveren. Dat was zeer ongebruikelijk en ze werd er een beetje nerveus van. Het was vier uur rijden van haar huis in Veendam naar het Naturpark Elbetal. Zou ze het durven? Vierduizend euro was veel geld.

Ze hakte de knoop door en liet de partij door een transporteur bij haar afleveren. Ze mocht het geld over een week overmaken. De volgende dag laadde ze alles in haar Panda en stelde haar Tomtom in. Lenzen lag tussen Hamburg en Berlijn, bijna vierhonderd kilometer rijden. Ze installeerde de koelbox met haar lunchpakket en trok de veiligheidsgordel stevig vast. “Kom op, Sjoukje, je kunt het! Zie het als een avontuur.”
Kurt wachtte ongeduldig op haar komst. Zijn grote liefde was op weg naar hem. Wat een ongelooflijk toeval dat hij haar had gevonden. Na vijfenzestig jaar droomde hij nog steeds van haar.

Deel 2

Kurt had haar ontmoet in de zomer van 1944 en was op slag stapelverliefd geworden. Als jongeman van tweeëntwintig was hij gestationeerd in de provincie Groningen en daar had hij Sjoukje Veenstra leren kennen. In het dorp kende men hem als een betrouwbare vent, ondanks het feit dat hij een van de bezetters was. Hij regelde voedselpakketten voor de ondergedoken Joodse kinderen en waarschuwde de mensen in het verzet wanneer ze een inval konden verwachten.

Na de capitulatie moest hij terug naar Duitsland, maar hij zou zo spoedig mogelijk terugkeren naar zijn verloofde. Helaas had hij buiten de waard gerekend. Hij werd verraden en belandde in de gevangenis. Vanuit Brandenburg schreef hij tientallen brieven die hun bestemming nooit bereikten.

Intussen werd in december 1945 zijn dochter geboren en had Sjoukje zich neergelegd bij het feit, dat ze in haar eentje voor de opvoeding opdraaide. Ze vernam niets meer van Kurt en vertelde haar dochtertje dat haar vader was overleden.

Ze moest goed op de weg letten hoewel haar hoofd wel een bijenkorf leek. Waarom was ze akkoord gegaan met deze maffe regeling? Wie was deze man en wat wilde hij? Ze leek wel zot om hierin mee te gaan. Na haar wilde jaren in de commune, op popfestivals en bij demonstraties was ze nooit meer zo onbezonnen bezig geweest. Wat mankeerde haar in vredesnaam? Achteraf had ze spijt dat ze haar buren niet had verteld wat ze van plan was. Niemand wist van deze roekeloze onderneming. Na haar pensionering had ze zich teruggetrokken uit de maatschappij. Haar wereld bestond alleen nog maar uit het wereldwijde web, waar ze een extra bron van inkomsten had aangeboord.

“U heeft uw bestemming bereikt”, meldden de beide Toms. Hier moest het zijn, de Kärstadter Strasse. Ze was nauwelijks uitgestapt of de voordeur ging open en een hoogbejaarde man manoeuvreerde zijn rolstoel soepel over het tuinpad. “Sjoukje? Sjoukje Veenstra? Liebchen, du hast noch dieselbe himmelsblaue Augen.”

“Liebchen? Wat had ze nou aan haar fiets hangen? Waar had hij het over? Die arme man was duidelijk ernstig in de war. Maar het kon toch geen kwaad om even met hem naar binnen te gaan en uit te leggen wie zij was? Hij zou haar heus niet bespringen.”

Deel 3

De tranen stroomden over zijn wangen en hij bleef haar naam herhalen.
“Dit kon geen toeval zijn. Deze Kurt had haar moeder gekend en dacht dat zij dat was. Haar moeder zou nu vijfentachtig zijn geweest en zij was bijna zesenzestig, maar in zijn verwarring zag hij dat leeftijdsverschil niet.”

Langzaam maar zeker kwam hij tot bedaren en kreeg zij de gelegenheid om het een en ander uit te leggen. Ze vertelde over haar eerste jaren in Veendam, waar iedereen hen met de nek had aangekeken, hun verhuizing naar Amsterdam, waar haar moeder onder de naam Sandra van Veen een nieuw bestaan had opgebouwd en over het noodlottig ongeval, waardoor zij als zestienjarige alleen achterbleef. Hoe ze vervolgens uit eerbetoon de vroegere naam van haar moeder had aangenomen. Ze verklaarde ook hoe ze als Sjoukje Veenstra weer in Veendam was beland nadat haar grootouders waren overleden en zij hun huisje had geërfd.

Hij werd steeds bleker om de neus en ze pauzeerde even om hem op adem te laten komen. Het drong uiteindelijk tot hem door dat zijn meisje al vijftig jaar niet meer leefde en hij vroeg haar verbouwereerd wanneer zij eigenlijk was geboren. In december 1945? Allemachtig, ze was zijn bloedeigen Sjoukje…..

Even was het doodstil en toen begon hij struikelend over zijn woorden aan zijn trieste verhaal. De oorlogstijd in Groningen, hun prille liefde, de verloving in stilte en het hartverscheurende afscheid in mei. Hoeveel verdriet hij had gehad toen al zijn brieven onbeantwoord bleven en hoe hij naar haar was blijven verlangen. Na jarenlange gevangenschap in de DDR was zijn vrijheid erbuiten niet veel groter geweest dan binnen en hij kon niet terug naar Nederland om haar te zoeken. Hij was alleen gebleven en had met zijn houtbewerkingbedrijf net het hoofd boven water weten te houden. Eind jaren tachtig was hij verlamd geraakt na een hersenbloeding en daarna hield hij zich alleen nog bezig met de handel via internet. In zijn vrije tijd schreef hij. Trots toonde hij haar zijn gepubliceerde dagboeken en gedichten. “Für Sjoukje, mein Leben”.

De thermoskannen lagen verloren in de Panda. Hier ging het om mensenlevens.

Schrijfmaatje en landgenoot

Drie jaar geleden plaatste ik een berichtje over mijn correspondentievrienden uit de jaren 70.
Via het smoelenboek ontving ik deze maand een vriendschapsverzoek van Raymond, mijn Belgische schrijfmaatje van toen. Hij is sinds een paar maanden met pensioen en heeft nu tijd om contacten uit het verleden nieuw leven in te blazen. Natuurlijk herkende ik zijn naam direct en accepteerde zijn verzoek. We zijn dus weer vriendjes.


Intussen hebben we al een paar berichtjes uitgewisseld en kreeg ik twee kiekjes toegestuurd, die hij in 1971 van mij maakte.
Mijn pose op de bank in onze flat en een vage opname van mij in de winkel van mijn schoonvader, waar ik op zaterdag werkte en die Robbert in 1974 overnam.



In een ordner heb ik alle correspondentie bewaard en daar dook ik dus meteen in. Zo leuk om zijn lieve brieven weer eens te lezen. Een warm bad en een feest van herkenning.
Hij woont onder Brussel in de buurt van de grens met Wallonië en is echtgenoot, vader en opa.
Ik voel me zeer vereerd met de aandacht van mijn landgenoot na al die jaren.

De leerlooier


Er was eens een looier in Waalwijk
Die werkte daar langs de rivierdijk
Bewerkte de huid
Verdeelde de buit
En maakte de Langstraat belangrijk

Zwijmelen op zaterdag 218






It's a cold, cold feeling
On a real lazy wind
That blows all the way trough you
And the autumn begins

How it cuts like a sabre
How it chills to the bone
You've got cold feet and fingers
And you're thinking of home

If I put my arms around you
Turn you in from the storm
From your autumn through winter
Darling I'll keep you warm

My overcoat's empty
Deep, wide and long
I got room for you darling
Till your winter, till your winter has gone 


Ik wens jullie een mooi, warm weekend.

Feestje?


Niet iedereen geniet van dit doopfeest

Bij Marion vind je meer ceremonie verhalen met beeld.

Invasieve exoten

Dat is een hele mondvol en het is toevallig de schrijfveer van vandaag.
Wat zijn het precies? Dat wilde ik eerst even weten.
Deze website hielp mij al een eind op weg.

Stel je voor dat je een grote waternavel tegenkomt 



of een kudzu …


Daar moet je toch niet aan denken. Doodeng gewoon.

En gelukkig bestaan er speciale middelen om leden uit de rimpelroosgroep te bestrijden.




Zo zie je hoe leerzaam sommige dingen zijn.
Dit heeft mijn leven toch weer aanzienlijk verrijkt.




De beiaardier


Voordat ze begint aan haar taken
Moet zij eerst daar boven geraken
De klim naar de top
Kost heel wat getob
Haar knieën die gaan er van kraken

In Gouda was zij een beroemdheid
Zo beierde zij veertig jaar kwijt
De stoktoets van hout
Was haar zeer vertrouwd
Al vergde dat heel wat bekwaamheid

Zwijmelen op zaterdag 217




Zwijmel even mee met “Emmanuelle” en “Pequeña flor” van Fausto Papetti.







Fijn weekend allemaal.

Zoek de verschillen


Zijn ze niet schattig?

Ik ben al bezig met de zwijmel en zing-zo voor komend weekend.
En heb verder eigenlijk niets nieuws te melden.
Dan maar een foto van twee prachtige vogels.
Zijn het mandarijneenden?