Ontluiken - wijsheid

De invalshoek van deze maand vul ik in met een gescande foto uit 1992. 
Onze dochter van 16 lentes vertolkt het ontluiken en mijn vader van 70 staat voor de wijsheid. 
Samen zijn ze al decennia twee handen op één buik. 
Hier hebben ze dikke pret. 
Dat is wel duidelijk.

Zwijmelen op zaterdag 127





Nog een keertje Timi. Voor manlief als dank voor zijn lieve vakantiegastblogjes.
Ik wens jullie een heerlijk weekend.

Kabouters in bad

Verzoeknummer van een blogmaatje

Vakantiegastblog 2

Frankrijk, u kent het wel. Dorpjes met de standaard jeu-de-boul banen waar oud en jong staan te spelen, terwijl vanaf de terrasjes om het plein wordt toegekeken door de beste stuurlui. Hier geen hogere prijzen (zoals in Parijs) wanneer je toevallig vooraan zit. Nee, het tegendeel. Twee drankjes voor een paar euro. Wat een verschil met die woekerprijzen in de toeristische centra en langs de tolwegen. En ja, zo kwamen we bij het hotel waar ik het eigenlijk over wilde hebben.

Door de plaatselijke VVV werden we verwezen naar een prachtig hotel op de berg. (ik had om meer luxe gevraagd) Maar u begrijpt het al. Vol! Als we iets verder de berg op reden, was er nog een mogelijkheid tot overnachten. Zo gezegd, zo gedaan.
Nou, dat zag er niet slecht uit. We namen de lift naar boven om bij de receptie te komen. Er bleek nog een kamer vrij te zijn. Een zolderkamer. Het was laat en we hadden geen zin meer om de berg weer af te dalen. Het bleek een enorme meevaller. Het was zelfs een soort appartement, waar ik met mijn lengte goed uit de voeten kon. Geen houten schot aan het voeteneinde van het bed. Prima.
We moesten ons tussen 18:00 en 18:15 uur melden bij de eetzaal. Dat was een van de huisregels. Daar kregen we een tafeltje toegewezen wat onze vaste stek zou blijven. Linnen servetten in een envelop met ons kamernummer erop lagen naast ons bord. Ik vroeg om een menukaart. Die hadden ze niet. Eten wat de pot schaft. We konden alleen kiezen tussen vlees of vis. Take it or leave it.
Ik ben een veeleisend figuur en wilde meteen vertrekken. Mar, die mij altijd bij de tijd houdt, vond het prachtig. Oké accepteren dan maar.
De eigenaresse stond samen met haar moeder in de keuken. Ze leek ontzettend op tante Sidonia en zo blijven wij haar ook noemen. Ze kon heerlijk koken. Soep vooraf en pudding toe. Bij de ingang hing een bord met de gerechten voor de volgende dag. Na afloop gingen onze servetten weer terug in de envelop. Veel gasten gingen nog even wandelen. Wij waren daar te lui voor. Een goed boek, drankje erbij en je komt de avond wel door.

We lagen ongeveer een uur te slapen toen het brandalarm afging. Vanuit het dakraam was nog niets alarmerends te zien. Ik ging op de gang kijken wat er aan hand was. Trap af (geen lift gebruiken!) en op de lagere etages rondneuzen. Ik kwam andere gasten in pyjama tegen. Zij wisten ook niet wat er aan de hand was. Op de parterre kwam ik de brandweer tegen. Vals alarm. Op de terugweg naar boven alle gasten hierover ingelicht, want tante Sidonia was te gestrest. De rust keerde weer.
Kom ik op de kamer staat Mar daar aangekleed en wel met de hoogstnoodzakelijke spullen, zoals geld, paspoorten, reispapieren, een deken, etc. Ze had het dakraam als vluchtroute in het vizier en wachtte rustig af. Hoe nuchter kun je zijn?

De volgende dag verkenden we de omgeving en besloten om nog een paar dagen bij te boeken in Sidonia's hotel, hoe kneuterig het ook was. Nu kijken we nog steeds terug op die aparte, soms gekke, bestemmingsloze reizen van ons. Picknicken in weilanden, Mar vertrouwen als ze me dwars door een bos heen stuurt over een zanderig hobbelpaadje. “Het staat op de kaart, dus geloof me maar.” Nee, een routeplanner hadden we nog niet, op Mar na. Ik dacht echt dat we van de kaart zouden vallen. Ach, wat hebben we genoten.
Daarom is het zo fijn als er weer eens een moment is waarop we mijmeren “weet je nog? … hoe zalig was het daar … wat een armoe was die kamer”. Het zijn die momenten in ons leven die niemand ons kan afnemen.

Vakantiegastblog 1

Binnenkort is het weer zover. De vakantietijd breekt aan. Van de week hadden Mar en ik het er nog over. Even terugblikken. Zo van “weet je nog …. ach dat was apart ... wat was het daar mooi.”
Maar goed, eerst even vertellen hoe wij onze toenmalige tripjes hadden voorbereid.... Helemaal niet. Ja, we wisten het land, de streek en diverse bijzonderheden daar. Verder niets.

Het was 2001 en de bestemming was de Elzas. Koffers gepakt, auto ingeladen en rijden maar. Geen slaapadres voor die avond of voor alle andere nachten. Dat maakte het zo leuk. We zien wel. Geen gejakker over de autobanen, maar heerlijk rustig over landelijke wegen. Dus genieten vanaf het moment dat je vertrekt. 's Middags tegen een uur of vier gingen we op zoek naar een slaapgelegenheid. Overal natuurlijk dezelfde vraag: “Heeft u geboekt?” Nee, natuurlijk niet, maar dat konden zij niet weten. Menigmaal was er geen plaats en moesten we verder zoeken. Om jullie gerust te stellen, we hebben altijd wel wat gevonden. En dat maakte onze manier van reizen zo bijzonder. Soms heel spannend. Als je tegen een uur of zes nog geen plek hebt gevonden, denk je dat het nooit meer goed komt. Maar ach, hoe later het wordt, hoe minder noten je op je zang hebt. Je accepteert iedere gelegenheid.

Ik ben twee meter lang en stel dus de nodige eisen aan de kamer en vooral aan het bed. In veel hotels hebben ze nog bedden van een meter negentig met een plank aan het voeteneind. Zie je het voor je? Kussens opgestapeld aan het eind zodat mijn benen kunnen uitsteken om maar niet de hele nacht krom te moeten liggen. Ach, wat hebben we gelachen. Om dan maar niet te spreken over de zolderkamers met een schuin dak. Maar ja, als het inmiddels half zeven is en de laatste kans doet zich voor, wat doe je dan? Accepteren. En dan blijkt eens te meer, het hoeft niet altijd luxe te zijn met een receptie en een nachtportier. Juist in deze kleine gelegenheden waar mamma nog in de keuken staat, werden we gastvrij ontvangen. “U heeft nog niet gegeten? Geeft niet, we maken wel wat voor u klaar.” Of, en dat gebeurde ook, de keuken was die dag gesloten, maar we konden altijd ergens in het dorp gaan eten op voorspraak van het hotel en kregen de huissleutels mee. We hebben meegemaakt dat we daarmee alles konden openen. De privévertrekken, bar, etc. Hoezo vertrouwen? De volgende ochtend ontbijten in een mini eetzaal. Daar ontmoet je dan gelijkgestemden. Geen poeha of kapsones. Mensen zoals wij. Genieten van de kleine dingen van het leven (die heel groot blijken te zijn). Koeien die door de straat lopen, een smid die een paard beslaat of gewoon een uitzicht om in te lijsten. Allemachtig. We zijn nog maar onderweg. De Elzas is bijna in zicht.